|
DE EERSTE RADIOLAMPEN IN NEDERLAND (deel 2-2)
De 'Marconi-lamp'
Dubois verliet op 1 februari 1918 het leger en werd Directeur van de NSF. Tolk verliet op 1 juli 1918 de militaire dienst en trad ook in dienst bij de NSF.
Beide gaan door met proefnemingen op ‘de Holland’, kennelijk met de bedoeling om eigen NSF lampen te kunnen ontwikkelen. Deze proeven gingen door tot eind 1921, zonder dat een echt resultaat wordt bereikt. Daarbij werden Moorhead, Bal en Telefunken lampen nagemaakt en beproefd.
Maar er werden ook Marconi V24 radiolampen nagemaakt en beproefd. Omdat dit niet succesvol was (van de 7 nagemaakte V24’s waren er maar 4 min of meer bruikbaar).
Daarna werden mede vanwege de precaire financiële situatie van de NSF de proeven gestaakt.
De 'Audion'
Toen de eerste Nederlandse hoogvacuüm radiolamp gereed was en uitgebreid getest door de legerautoriteiten, waarbij de directeur Dr. Egidius van de fabriek 'Holland' en Dr. Koomans van de PTT als getuige aanwezig waren, volgde een order door het Ministerie van Defensie. Deze radiolampen waren gereed op 14 januari 1918 en werden na deze datum geleverd aan het leger.
Tegen de jaarwisseling 1917/1918 was de algemeen bekende 'Holland' radiolamp met cilindervormige anode en aan beide kanten een Edison schroeffitting gereed om toegepast te worden. Deze radiolamp werd ook wel de 'AUDION' genoemd (zie foto B).
Opmerking:
In december 1917 werden er proeven met de lampen van het type Telefunken genomen in het Radiolab van de PTT met Koomans als chef. Koomans kreeg van zijn bazen een spioneeropdracht.
Op 10 december werden er proeven in dit radiolab genomen, waarbij legerautoriteiten aanwezig waren en tevens op 14 december waarbij Koomans, enige legermensen en Egedius aanwezig waren. Daarna werden er proeven genomen op 'de Holland'.
De 'Philips-Ideezet' radiolamp
De grote omroeppionier Idzerda maakte in het voorjaar van 1918 in samenwerking met N.V. Philips gloeilampenfabrieken te Eindhoven de zgn. 'Philips-Ideezet' radiolamp.
De Holland ‘Audion’ lamp heeft een cilindrische anode echter de ‘Philips-Ideezet’ lamp heeft een anode die bestaat uit twee tegenover elkaar geplaatste plaatjes. (zie foto C)
In de beginjaren twintig kwamen diverse merken radiolampen op de markt die zo veel licht gaven dat je de krant er bij kon lezen. Deze lampen werden helgloeiers” genoemd.
Data eerste radiolamp in de Nederlandse radiohistorie:
Nr. 1 'Holland' - Utrecht (januari 1918)
Nr. 2 'Bal' - Breda (maart 1928)
Nr. 3 'Philips-Ideezet' – Eindhoven (maart 1918)
Verrassing voor het museum (zie foto D)
‘Hendrik Schmitz sprak altijd van ‘de Marconilamp’ omdat de vorm identiek is aan de Marconi lamp V24, die al in 1916 in gebruik was bij de Engelse Marconi Mij.
Als verrassing had zoon Schmitz, een nagemaakte lamp van de Marconi V24 meegenomen.
Deze lamp had zijn vader Hendrik Schmitz plm. 1920 gemaakt bij ‘de Holland’ en daar de gloeidraad defect was had hij deze bijzondere lamp als herinnering bewaard.
Zoon Schmitz voegde met deze gift een stukje historie toe aan het radiomuseum.
© W.H.G. Stuiver, juni 1992
Aanvulling/Correctie, Peter de Boer, nov. 2009
Communicatie Museum Den Haag: ‘Dagboek van luitenant Tolk’
|