D E B O U W:


Gekozen is voor een symmetrische opbouw op de frontplaat.

De gaten voor de onderdelen op de front- en achterplaat worden voor de montage geboord met de volgende maten:

1. De 3 spoelhouders zijn gemonteerd met de as op 20 cm van de onderkant en de vaste spoelhouder in het midden en de draaibare spoelhouders op 3 cm daarvan verwijderd. Mochten de spoelen en spoelhouders ruim van maat zijn dan kan de 3 cm iets ruimer worden genomen.

2. De variabele condensatoren C en C1 zijn aangebracht op 8,5 cm van de onderkant en de onderlinge afstand is 25 cm. (Later na de montage van de 2 grote afstemknoppen wordt op 3 mm midden boven de knoppen een gaatje geboord van 1 mm voor bevestiging van een koperen kopboutje. De koperen kop geeft dan aan waar de nulstand is.)

3. Het hart van de volumeregelaar Rf en de instelpotentiometer Rl bevinden zich op 7,5 cm van de bovenkant en 6,5 cm van de zijkant.

4. Van de 6 aansluitbusjes op de frontplaat bevindt de bovenste zich op 8 cm van de onderkant en 3,5 cm van de zijkant. De andere busjes zijn op een onderlinge afstand van 2 cm gemonteerd.

5. De 7 aansluitklemmen/bussen op de achterplaat zijn in het midden gemonteerd. De onderlinge afstand naar eigen inzicht zodanig kiezen dat een goede bedrading mogelijk is.
Even een proefopstelling maken!

Vervolgens:

6. De frontplaat met 2 grote hoeksteunen bevestigen tegen de bodemplank en de achterplaat met 3 kleine hoeksteunen op de bodemplank.
Hiervoor moeten links, rechts en onder totaal 8 gaatjes (verzonken) van 2 mm worden geboord.
In de achterplaat moeten 6 gaatjes van 2mm (verzonken) worden geboord.
Voor een vlakke afwerking verzonken schroefjes en boutjes gebruiken.

7. De 3 buisvoeten, de houder voor de roosterlekcondensator, de houder voor de roosterlekweerstand, de laagfrequenttransformator en de condensatoren C3, C4 op de bodemplank verdelen en met schroeven vastmaken.

8. Voor de bedrading heb ik 2 soorten draad genomen n.l. a. stevig wit katoenomsponnen enkeladerig koperdraad welke aan de uiteinden is afgewerkt met schellak en soepel meeraderig katoenomsponnen koperdraad waarbij de uiteinden zijn voorzien van stukjes geel isolatiekous.
Op de foto ziet u dat het witte draad hoofdzakelijk is gebruikt voor bedrading op de bodemplank en verbindingen naar boven.
Voor de draden in open ruimte heb ik het andere soepele draad gebruikt wat veel gemakkelijker werkt.
Verder om onderlinge beïnvloeding te voorkomen zorgen dat de onderlinge afstand van de draden minimaal 1 cm is.

9. Alle draadverbindingen maken en hier en daar solderen. Het is een kwestie van afstrepen op het schema en vervolgens goed controleren.
Opletten is geblazen bij de draadverbindingen naar de spoelhouders. Deze zijn in het schema en ook op de montagefoto gemerkt met b = boven en o = onder. Precies zo verbinden anders is de werking niet optimaal!10. Het chassis is nu klaar voor montage in de kast.

10. Het chassis is nu klaar voor montage in de kast.

© W.H.G Stuiver, Havelte, november 2008

Previous Home Next

E-mail: whgstuiver@radio-wereld.nl